|
De magie van
een schilderij bestaat onder andere uit het gegeven dat een schilderij
een huid, een textuur heeft. Een schilderij is vergeleken met een foto
driedimensionaal.”
“Hoewel ik
vooraf me een zekere voorstelling van een bepaald schilderij probeer te
maken, wordt het resultaat meestal anders dan ik had gedacht. Ik ben
altijd benieuwd hoe een schilderij afloopt.”
“Schilderen is smeren, vegen en poetsen met natte verf. Op een gegeven
moment is de verf droog. Het schilderij is tot stilstand gekomen.”
“Het gaat erom
tijdens het schilderen die plekken op het doek die af zijn op te merken
en met rust te laten; het doek als geheel groeit om die plekken heen.”
“Mijn
schilderijen ontstaan door wisselwerking van toeval en intuïtie. Daarna
begint het afkijken, zoals Appel zegt.
“Als je goed
kijkt zie je dat je tijdens het schilderen allemaal cadeautjes krijgt
van verf en doek.”
“Ik
probeer wel uit de buurt te blijven van de één-harige kwast.”
“Een
schilderij kan me echt raken als ik zie dat de verf mooi op het doek
zit.”
“Als
een doek me niet bevalt zet ik het gewoon op z’n kop en schilder er weer
over heen. Het werkt het prettigst op een reeds beschilderd doek, vind
ik.”
“Uiteindelijk
is het resultaat een schilderij en niets anders dan een schilderij.”
|